Santa Monica
7 juli, 2007
De afspraak met Jan is dat hij elke vrije dag anderhalf uur werkt voor zijn volgende buitenlandse reis.. In augustus moet hij naar Turijn. Uiteraard onderga ik mijn lot gedwee. Ondertussen kan ik verder lezen met mijn aangename boek. Ik ben “Ik heet Karmozijn” van Orhan Pamuk aan het lezen. Orhan Pamuk is een Turkse Nobelprijswinnaar. Elke keer op vakantie sta ik er versteld van hoe ik door een goed boek, meestal een roman of een bibliografie, een nieuwe interesse kan ontwikkelen. Deze keer is het voor “miniaturen”. Ik wist niet dat die kleinoden producten waren van zulke grote artistieke talenten. Talenten die, rekening houdend met hun tijd, weergaven wat hun ziel beroerde en wat hun opdrachtgevers wensten. Ik zal, wanneer ik thuis ben, dat kleine miniatuurtje welke in ons pronkkastje staat, zeker met andere ogen bekijken.
Na het gelabeur van Jan gaan we Santa Monica in. We lopen langs de Farmer’s market en shoppen wat. Jan leert mij het gebruik van de Californische bussen en hij verwondert er zich, na al die jaren, nog steeds over hoe onzeker ik ben in vreemde omgevingen. Ik heb natuurlijk dat duiveninstinct niet welke mijn mannen hebben, maar ik heb er mee leren leven. Ik vergewis mij nu wat langer en vaker dan Jan en Niels voor redelijk houden.
We gaan naar Main Street en bekijken daar de vreemde Amerikaanse gewoontes en vaak lelijke en absurde producten welke in de winkels blijkbaar gegeerd worden. Wat kan je nu in ’s hemelsnaam doen met een totempaal in huis of met een vederen hoofddeksel? En je kan zeggen dat dit een interessant aandenken aan de Verenigde Staten kan zijn, maar van dergelijke winkels zijn er tientallen….
We nuttigen een koffietje en eten een zeer lekker Amerikaans kaastaartje met bosbessen. Het is echter opnieuw zo ongelooflijk volumineus dat zelfs ik moet passen en een stuk moet achterlaten.
We keren terug naar ons appartementje, waar we vergeefs hopen dat Niels zal opbellen. Geen nieuws is goed nieuws en als hoofdmaaltijd maak ik een salade van de rest van de koude rijst van gisteren met olijfjes en lente-uitjes. Daar eten we sla bij en kippeboutjes.
We lezen nog wat en verliezen de weg in het grote bed.