Goodbye dagboek

10 juli, 2007

Vandaag vertrekken Niels en ik naar Joshua Tree voor enkele dagen.  Dit noodzaakt mij om een eind te maken aan dit blogje. Het draadloze netwerk werkt hier bovendien zeer slecht en het is dan ook een beetje absurd om op rustmomenten te zitten klungelen op de computer. 

Maar, het gaat ons hier zeer goed. Het weer is ronduit schitterend en de plannen van deze vakantie zijn weliswaar helemaal omgedraaid, maar zien er goed uit.

Good Bye dan ook maar,

Mia 

’s Morgens tijdens het douchen belt Niels.  Net zoals vorig jaar in de camper, heeft hij ontzettend veel last van de zetels van de wagen. En, alhoewel ik hem rugpilletjes mee heb gegeven, vreest hij dat hij zal moeten terugkeren en minstens van auto zal moeten wisselen.  Hij vertelt wel dat hij al genoten heeft van de natuurpracht van Sequoia en een beer heeft gezien.  In eerste instantie ben ik maar gedeeltelijk van slag omdat het niet heel duidelijk is dat de grote tocht zal opgegeven worden. Later tijdens ons gesprek blijkt dat hij de grote tocht liefst ruilt met tussentijdse kortere trips in mijn gezelschap.  Dat lijkt ook aanlokkelijk natuurlijk, alhoewel het mijn plannen wel helemaal ombuigt. We mogen Niels vanavond terug verwachten.

Ondertussen heeft Jan een verrukkelijk ontbijt gemaakt van eikes met spek en gebakken bookes.  We eten allebei met smaak, terwijl we dat telefoontje van Niels toch proberen een plaats te geven.  We denken allebei dat Niels reeds beseft dat alleen kamperen toch eigenlijk niet zo leuk is. Zoals Jan zegt is kamperen toch in hoofdzaak een sociaal gebeuren. Bovendien beseffen we alle drie ook, dat we ieder op zijn manier, een meerwaarde geven aan het vakantiegebeuren.

Net na het eten word ik plots helemaal misselijk.  Het lijkt wel of het ontbijt (versterkt door mijn bezorgdheid om Niels)  mij misvalt.  Ik ga terug op bed. Dat halfuurtje daar is voldoende om het ontbijt te verwerken en al helemaal duidelijkheid te hebben in het avontuur van Niels.

Na het computerwerk besluiten Jan en ik om langs het strand, naar Venice te wandelen. Jan smeert  mij in met sunblocker n° 3O.  Zo langs het strand, voel je natuurlijk niet zo de brandende zon en na ongeveer 2 uur te wandelen tot Venice heeft die dan ook haar ding reeds gedaan.  Ik ben verbrand, maar ik weet dat ik daar tamelijk snel van af geraak. In Venice zijn opnieuw de meest verscheidene Charlatans aan het werk met straattoneel en we genieten van dat gekke gedoe.  We genieten van een heerlijk reuzegroot vers geperst fruitsap.

We keren terug langs Santa Monica en zien op de parking van ons hotel de auto van Niels staan. Hij is net gearriveerd.  We drinken een glas en praten bij.  Waar ik het meest blij mee ben, is dat hij zichzelf bewust geworden is dat ook hij niet geschapen is om alleen te kamperen.  Ik ben blij dat hij dat toegeeft.   We genieten van elkaars aanwezigheid.  Ik zal de volgende dagen vertellen over zijn beer-ontmoeting. Ik heb net vier dagen dagboek ingevuld.

Om het thuisgevoel nog een extra dimensie te geven aan Niels maak ik Belgische kost. Eerst een slaatje met verschillende charcuterie-soorten en daarna peekes met erwtjes, varkensmedaillons en aardappeltjes. Een extra portie aardappelen wordt meegekookt voor overmorgen zodat Jan, die door de nieuwe plannen, alleen zal achterblijven, petatjes kan bakken.

Omdat Niels doodmoe is gaan we (weerom al een keer) op tijd slapen.

Santa Monica

7 juli, 2007

De afspraak met Jan is dat hij elke vrije dag anderhalf uur werkt voor zijn volgende buitenlandse reis.. In augustus moet hij naar Turijn. Uiteraard onderga ik mijn lot gedwee.  Ondertussen kan ik verder lezen met mijn aangename boek. Ik ben “Ik heet Karmozijn” van Orhan Pamuk aan het lezen. Orhan Pamuk is een Turkse Nobelprijswinnaar.  Elke keer op vakantie sta ik er versteld van hoe ik door een goed boek, meestal een roman of een bibliografie, een nieuwe interesse kan ontwikkelen. Deze keer is het voor “miniaturen”.  Ik wist niet dat die kleinoden producten waren van zulke grote artistieke talenten.  Talenten die, rekening houdend met hun tijd, weergaven wat hun ziel beroerde en wat hun opdrachtgevers wensten.  Ik zal, wanneer ik thuis ben, dat kleine miniatuurtje welke in ons pronkkastje staat, zeker met andere ogen bekijken.

Na het gelabeur van Jan gaan we Santa Monica in.  We lopen langs de Farmer’s market en shoppen wat. Jan leert mij het gebruik van de Californische bussen en hij verwondert er zich, na al die jaren, nog steeds over hoe onzeker ik ben in vreemde omgevingen.  Ik heb natuurlijk dat duiveninstinct niet welke mijn mannen hebben, maar ik heb er mee leren leven.  Ik vergewis mij  nu wat langer en vaker dan Jan en Niels voor redelijk houden. 

We gaan naar Main Street en bekijken daar de vreemde Amerikaanse gewoontes en vaak lelijke en absurde producten welke in de winkels blijkbaar gegeerd worden. Wat kan je nu in ’s hemelsnaam doen met een totempaal in huis of met een vederen hoofddeksel? En je kan zeggen dat dit een interessant aandenken aan de Verenigde Staten kan zijn, maar van dergelijke winkels zijn er tientallen….

We nuttigen een koffietje en eten een zeer lekker Amerikaans kaastaartje met bosbessen.  Het is echter opnieuw zo ongelooflijk volumineus dat zelfs ik moet passen en een stuk moet achterlaten.

We keren terug naar ons appartementje, waar we vergeefs hopen dat Niels zal opbellen.   Geen nieuws is goed nieuws en als hoofdmaaltijd maak  ik een salade van de rest van de koude rijst van gisteren met olijfjes en lente-uitjes. Daar eten we sla bij en kippeboutjes.   

We lezen nog wat en verliezen de weg in het grote bed. 

Niels

6 juli, 2007

Omdat onze papa terug aan het werk moet, staan we net als de gemiddelde Amerikaan vroeg op.

Gisterenavond ontdekten we dat Niels geen goede zonnepet heeft. Mijn moederlijke bezorgdheid doet Niels overtuigen van de noodzaak daaraan. Na het wegvoeren van Jan naar Getty moeten we dus nog een pet kopen vooraleer Niels aan zijn trip kan beginnen.  In een gelijkaardige zaak als AS Adventure (de REI) kopen we dus een fameuze all-round pet.  Het is een pet die licht is, gemakkelijk droogt, over een een zonnescherm beschikt voor de nek (= ongeveer een letterlijke vertaling) en een Insect Shield.  Bij ons zou men je daar mee opsluiten, hier gelukkig niet. Hier kijkt men immers vreemd wanneer men heel gewoon doet want dan pas val je op.  Hij pakt zijn spullen dus verder in en vertrekt.  Het doet me wat om hem zo alleen te zien vertrekken; ik weet in elk geval dat ik daar niet geschikt zou voor zijn en ik weet ook van Jan dat dit bij hem ook het geval is. Ik vrees een beetje dat Niels het van zichzelf  nog niet weet en nu “zichzelf en de beren” zal tegenkomen.  Nochtans ben ik gerust in zijn veiligheid, ik weet dat Niels nooit lichtzinnige of riskante initiatieven zal nemen. Natuurlijk weet je nooit…

Ik loop met een beetje pijn in het hart rond maar bezorg mij een dag die zo prettig als mogelijk kan verlopen door een wandelingetje te maken, wat te verpozen en te filosoferen bij de oceaan, veel te lezen en een duikje in het aangename zwembad te nemen.  Ik hou mij ook wat bezig met het ergerlijke draadloze internet.

Wanneer Jan dan thuiskomt delen we onze gemeenschappelijke bezorgdheid, en drinken  een glaasje op de goede afloop (alle redenen zijn welgekomen).  Bij gebrek aan grote eetlust (gelukkig gebeurt dat ook eens)  laten we het voorgerechtje vallen en eten rijst met  biefstuk en tomaatjes.  Druifjes eten we als dessert.

Een beetje beteuterd lezen we nog wat en gaan slapen. Morgen begint het vrije weekend voor Jan..

Jetlag ???

5 juli, 2007

En natuurlijk zijn we vroeg wakker omdat we nog in het regime van de Europese tijd ingesteld zijn. Maar we willen onze plannen voor vandaag afwerken. En dat is : eerst onze papa naar het Getty Instituut brengen, onze koffers uitpakken, de Getty  Villa bezoeken en boodschappen doen. Boodschappen doen is zeker nodig nu we nog over een auto beschikken. Morgen is Niels er immers weg mee  voor een geplande 12-daagse trektocht door de natuurparken van California.
 Alhoewel we in het centrum van Santa Monica liggen, meer bepaald vlakbij 3rd Street met al zijn winkels, moeten we voor levensmiddelen toch een aardig blokje om. Naast eten en drank moet Niels ook nog wat kampeergerief aanschaffen en gaan we hier die GPS kopen.
Alleen mijn spullen dienen uitgeladen te worden en opgeborgen, Niels laat de zijne in zijn rugzak.  Het appartement voldoet ons zeer, het is zeer licht, ruim en gezellig. Het beschikt over alle comfort en het ligt op een binnenplaats met tropische plantentuin en zwembad.  We beseffen reeds vroeg in de ochtend dat de dag niet veel zaaks zal brengen, want de vermoeidheid zit nog in onze benen.  Maar toch begeven we ons naar de Getty Villa en opnieuw zijn we onder de indruk van zijn pracht.  Op het met zonovergoten terras genieten we van een lekkere lunch met Italiaanse gerechten en een glaasje wijn.
In het warenhuis is het moeilijk om te beslissen wat we gaan meenemen, het aanbod is zo ongelooflijk groot en er zijn ook een aantal onduidelijkheden  onder meer  of Niels zijn gerief wel koel genoeg zal kunnen bewaren. Ik kan Niels daar dan ook niet genoeg raad in geven.Hij kiest uiteindelijk maar wat uit ; het is ons ondertussen al duidelijk genoeg dat er in Amerika op alle plaatsen genoeg eten is.  Wat ik hier ondertussen allemaal aanschaf zal de komende dagen duidelijk zijn uit mijn eetverslagen.
We laden de zaak uit en Niels gaat zijn papa halen op het Instituut.  Met een heel mank aardappelmes schil ik de petatjes. Wanneer Jan thuiskomt genieten we van een portooke met meloen en ham (gerookte ham is één van de weinige dingen waar je hier in Amerika echt moet naar op zoek gaan ; ik heb de indruk dat wij het enige pak vonden welke in heel dat immens warenhuis was te vinden) ; daarna eten we een zalmpapillotje met gerookt spek, aardappeltjes en sla. We drinken daar natuurlijk opnieuw een wit wijntje bij. En, alsof we niet openstaan voor voedsel uit andere culturen,  nemen we als dessert een Belgisch ijsje, nl.  van Haägen-Dasz. Opnieuw gaan we vroeg slapen.

De aankomst

4 juli, 2007

Na een vermoeiende reis via Philadelphia welke met zich meebrengt dat we 27 uur aan één stuk wakker blijven, zijn we veilig geland. Het laatste halfuur van de vlucht zien we vanuit de lucht voortdurend vuurwerk. Het is de Amerikaanse nationale feestdag en uiteraard wordt dat hier tenvolle gevierd.  Aan de luchthaven van LA staat mijne Macho Jan met een simulant van een 4 x 4 ons op te wachten.  We zijn blij elkaar terug te zien. Een andere Macho komen we onderweg tegen onder de vorm van een mormel van een hondje die de 405 (lees niet de vierhonderd en viijf, maar lees: four-oh-five) voor onze neus oversteekt.  We kunnen zien dat de Hero met ons als belanger reeds het derde baanvak van de vijf heeft overgestoken. Het is vreemd om alle chauffeurs op die drukke rijweg te zien stoppen wanneeer ze het beest bemerken. Nog twee baanvakken heeft hij te gaan vooraleer hij het verkeer van de andere rijrichting met vijf baanvakken ook kan trotseren.  Ofwel heeft dat beest duidelijk zelfmoordplannen, ofwel heeft hij een weddenschap aangegaan. In elk geval zal hij kunnen vertellen wanneer hij aan de overkant van de baan levend aankomt.  Hij zal waarschijnlijk met zijn voorpot tegen zijn kop tikken en zeggen dat de American drivers goed zot zijn om te stoppen zodat hij kan passeren. 

Een goed koel pintje op ons appartement doet ons nog even herleven maar rond 11.3O u plaatselijke tijd kruipen we onder de wol.  De wol (is enkel een laken) van een bed welke breder is dan lang, duidelijk American size dus. Misschien kunnen we de GPS of het Tomtommeke welke we hier van plan zijn om te kopen, ook gebruiken om elkaar terug te vinden in dat grote bed. In elk geval ligt het formidabel.

De terugreis

8 december, 2006

Aansluitend aan het Getty bezoek brengt Jan ons naar LAX (de luchthaven van Los Angeles).

We nemen afscheid.  Wij gaan hem missen en hij zal ons missen. Maar eigenlijk is mijn poeze ook een beetje blij dat we weg zijn omdat hij dan van die weblog verlost is. De schat had er last van. Hij miste mijn volle aandacht. Ik voelde het van de eerste dag en hij geeft het ridderlijk toe. Toch is hij tevreden met het resultaat (vooral voor de bomma). En ik moet zeggen “er kroop echt energie’ in”.

Op de luchthaven verloopt alles zoals gepland, Jan blijft bij ons tot na het inchecken. Op de vraag of we Guns and Drugs mee hebben antwoorden we braafjes “nee”; ik denk immers dat er hier niet mag gelachen worden.  Aan de scanner ergert de bomma zich omdat dat ze haar schoenen moet uitdoen en mijn handbage wordt er weerom eens uitgepikt voor een grondiger kontrole. Maar gelukkig vinden ze ook hier niets verdacht. In tegenstelling tot de heenreis zijn we nu goed op tijd en kunnen nog 15 minuten uitblazen.

Bij het inchecken is gebleken dat we niet naast elkaar zullen zitten.  Vermits ik dat probleem al eens heb opgelost, denk ik hier opnieuw dat het een lierke van een cent zal zijn. Nu blijkt het toch wat moeilijker. Gelukkig heb ik, wanneer ik het voor iemand, anders dan mezelf,  moet opnemen, extra kracht.

De air-hostess vraagt mij de verlangde ruil van zitplaats zelf te regelen met de omgevende passagiers.  Onze zitplaats is dus oorspronkelijk  een plaatsje achter elkaar in het midden van een rij van drie (een rij aan het raam). Twee rijen van drie moet ik dus onder kontrole proberen krijgen. De eerste man die arriveert is een vriendelijke heer die aan de buitenkant van de rij zit. Deze man heeft echter lange benen en verkiest om aan het gangpad te zitten. Met alle respect natuurlijk.
De volgende twee, toeval of niet,  is een Joods koppel. En de man himself, vraagt aan ons of ze samen kunnen zitten. “Because we are a couple” zegt hij. In die vraag zit muziek en ik maak onmiddellijk een rekensommetje en zeg verheugd dat het OK is, maar dat de bomma aan de buitenkant wil zitten. Zo gezegd zo gedaan, de bomma en het koppel installeren zich. Maar na 2 minuten staat de man recht en zegt dat hij zich bedacht heeft en dat hij toch aan het gangpad wil zitten. OK, zo gezegd, zo gedaan. Ik begrijp dat de bomma terug op de haar toegewezen plaats (in het midden van de drie) moet gaan zitten. Maar hij wil perse dat plaatsje aan het raam afstaan. Hij zegt “you can have the window seat”, maar ons bomma moet en wil geen window place. Ze wil niet aan dat raampje. Ze heeft schrik van dat raampje. Ik zeg vriendelijk : “Sir, we don’t want that window seat”. Hij zegt terug : “But you can look outside”. We zitten verdorie boven een vleugel en er is alleen vleugel te zien. “OK” zegt hij en geërgerd laat hij de bomma aan de buitenkant van het gangpad zitten en aldus zit ze nog altijd (nu schuin) voor mij. Maar nu, zie ik licht in de zaak: het koppel zit aan het raam en de bomma aan het gangpad, die brave mijnheer met de lange benen ook aan het gangpad; maar achter de bomma. De airhostess die het gedoe met het raampje mee heeft gevolgd vraagt nu aan de lange benenmijnheer om te wisselen met de bomma. De arme bomma stelt zich terug recht (en dat gaat echt niet gemakkelijk tussen zo smalle stoelen) en wil wisselen. Maar die tiest van dat koppel wipt toch wel zo snel als hij kan terug op die buitenstoel. Daar staat de bomma en die langebenenmijnheer nu echt voor gek. Ik voel mij echt verlegen naar de benenman toe en verontschuldig mij alvast. Nu blijkt dat de Joodse man een vriend aan de overkant van dat gangpad heeft waar hij eigenlijk ook naast wil ziten (ook een Joodse mijnheer). Hier had ik natuurlijk kunnen zeggen terwijl ik op die twee Joodse mannen zou wijzen : “Haha, you are a couple, now I understand” maar dat heb ik niet gedaan!!! Ik zeg echter met een zeer boze stem dat hij moet beslissen waar hij wil zitten: ofwel op de plaats welke is toegewezen ofwel zodanig  dat één van hen beiden aan het raampje zit en ik wijs er hem op dat hij ZELF om een wissel heeft gevraagd!  De bomma had ondertussen al braafjes teken gedaan, dat ze, indien nodig, wel aan dat raampje zou gaan zitten. Maar nu heb ik vuur gegeten en ik wil niet meer wijken. Uiteindelijk wordt de zaak geregeld : mijnheer en mevrouw zitten aan dat raampje (naast elkaar he, niet op elkaar), de lange benenmijnheer zit er naast en wij zitten er achter (ook naast elkaar)  en met nog een andere brave mijnheer naast de bomma die haar plastieken zakjes altijd opendoet. De airhostess en de mensen rondom doen teken naar mij dat die mijnheer toch geen gemakkelijke was.

De vliegreis verloopt goed. We drinken terug champagne, eten, lezen wat en dutten een beetje. Ook in Parijs gaat alles gepland. Enkel in Brussel-Zuid verliezen we een extra uur. De taxi-chauffeur zoekt ons op een verkeerde plaats in het Station en kijkt bovendien over ons heen omdat hij dacht dat Mijnheer Wouters zijn passagier moest zijn.

Moe maar tevreden over onze reis, vinden we Niels terug.

Hiermee beëindig ik dan mijn verslag van onze trip naar LA. Ik hoop dat jullie deugd beleefden aan het lezen ervan.

So long!

getty-center-15.jpggetty-center-14.jpggetty-center-13.jpggetty-center-12.jpggetty-center-11.jpggetty-center-10.jpggetty-center-9.jpggetty-center-8.jpggetty-center-7.jpggetty-center-6.jpggetty-center-5.jpggetty-center-4.jpggetty-center-3.jpggetty-center-2.jpggetty-center-1.jpg

Gepakt en gezakt vertrekken we naar het Getty Center. Hier werkt Jan dus sinds een tweetal jaar enkele maanden per jaar.

Het Centrum is gebouwd met fondsen van de J.P. Getty Trust, die voor de meesten wel bekend is. De man was een media-magnaat, van wie je op zijn minst kan zeggen dat hij goed geboerd heeft.  Zijn nalatenschap wordt beheerd door de J.P. Getty Trust (een Foundation bestuurd door een Board of Trustees).  Na het bezoek van zijn villa, enkele dagen geleden, staat nu dit omvangrijk centrum op onze agenda. En alhoewel het al de tweede keer is dat ik het mag bezoeken, ben ik nog steeds ongelooflijk onder de indruk. Het complex omvat een museum, laboratoria, auditoria, verschillende restaurants, snack-bars, de prachtigste tuin welke ik ooit zag, een aparte cactustuin, administratieve gebouwen, … Hier werken in totaal zo’n 1600 mensen.

Aan het concept werd 8 jaar gewerkt. Het ontwerp is van Mayer. Meer dan 100 vrachtschepen zijn nodig geweest om de Italiaanse marmer, die nodig was voor de constructie, naar LA te brengen.

Waar het gebouw nu staat, op een plateau, stonden oorspronkelijk twee heuvels. De toppen van deze heuvels zijn afgegraven en de vallei ertussen is opgevuld. Op dat plateau is dan het Center gebouwd. Een electrisch aangedreven trammetje brengt bezoekers naar boven, en zelfs ook terug naar beneden. Bij regenweer, wat zeer zelden het geval is, ontvangen bezoekers bij aankomst boven een regenscherm… Als er om een of andere reden in de zon moet aangeschoven (ge-queued) worden, dan worden er zonneschermen uitgedeeld. Om maar te zeggen dat de bronnen, en dan uiteraard ook de dienstverlening, onuitputtelijk zijn.

Dit bezoek is een gepaste en geslaagde apotheose van het korte maar intense LA-avontuur of LA’vanture. De bomma en ik hopen dat jullie plezier beleefd hebben aan onze verhalen en foto’s. Wij verdwijnen nu uit de ether om het gevecht aan te gaan met onze jet-lags. Bye-bye !

palos-verdes-1-4.jpgpalos-verdes-1-3.jpgpalos-verdes-1-2.jpgpalos-verdes-1-1.jpgpalos-verdes-1.jpg